Eisen zwemvaardigheidsdiploma 3 - In badkleding:
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door 200 m schoolslag, waarbij minimaal 3 keer een correct keerpunt wordt gemaakt
- Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd door 75 m samengestelde rugslag
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 75 m borstcrawl, waarbij minimaal 1 tuimelkeerpunt wordt gemaakt
- Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok) met wedstrijdstart, gevolgd door 75 m rugcrawl, waarbij minimaal 1 keerpunt wordt gemaakt
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 15 m vlinderslag
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, een aantal slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van een hoekduik en daarna onder water een hoepel van de bodem optillen (deze bevindt zich horizontaal op de bodem, minimaal 2 m diep), er doorheen gaan en vervolgens weer boven water komen
- In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 m wrikken (stuwen) in de richting van het hoofd, aansluitend een salto achterover gehurkt
- Starten in het water, 10 m zwemmen met de bal met de polocrawl, met z’n tweeën naast elkaar, de bal twee keer naar elkaar overspelen
- 30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen, waarbij de bal minimaal 3 keer wordt overgegeven van de ene naar de andere hand, ruim boven het wateroppervlak